Naar de inhoud
Steen en Boekover tweedehands boeken

Staat en bewaren

Kleine schade aan een boek: wat u zelf doet en wat niet

De redactie van Steen en Boek ·

Een gesloten linnen band met een gebarsten rug op een houten werkbank, met een rol plakband weggeschoven aan de rand.

Een gesloten linnen band met een gebarsten rug op een houten werkbank, met een rol plakband weggeschoven aan de rand.

Een scheur in een bladzijde, een rug die begint los te laten, een los katern: bij de meeste tweedehands boeken is het verleidelijk om de reparatietafel zelf op te zoeken. Toch leert de praktijk van de professionele restaurator dat niet elke ingreep een verbetering is, en dat sommige reparaties na twee eeuwen nog steeds voldoen terwijl andere juist verwijderd moesten worden.

Waarom een goed bedoelde reparatie faalt

De Koninklijke Bibliotheek publiceerde op haar blog over het Visboeck hoe zo’n mislukking eruitziet. Het handschrift van Adriaen Coenen was in het verleden op meerdere punten hersteld, en lang niet elke poging was even geslaagd. In de achttiende eeuw werden papieren pleisters geplaatst die nergens over het schrift heen plakten. De lijm daarvan plakt nog steeds, het papier heeft een goede dikte en kwaliteit, en de restaurator van de KB zag geen reden om die pleisters te vervangen.

Anders ging het met een papieren strook die op de rugvouw was geplakt om gaten te bedekken. Dat papier was te stug, er ontstond een knik in het blad, en door die knik kon het dunne papier van het handschrift gaan breken. De restaurator heeft de strook uiteindelijk weggehaald. Daar zit de kernles voor wie thuis een boek wil lijmen: het gaat niet alleen om of iets plakt, maar om wat het reparatiemateriaal doet met het papier eromheen.

Mag u zelf een scheurtje plakken?

Voor een gewoon leesexemplaar met een klein scheurtje in een bladrand is een bescheiden reparatie niet per se taboe. Maar de materie op de pagina’s van de KB gaat daar niet over: die beschrijft restauraties aan een uitzonderlijk kwetsbaar topstuk, niet wat er in een huiskamer op de keukentafel mag. Wat u er wél uit kunt afleiden, is het criterium dat de professionele wereld hanteert. Een reparatie is geslaagd als het materiaal klopt bij het boek en geen nieuwe spanning op het papier brengt. De achttiende-eeuwse pleisters voldeden daaraan, de strook op de rugvouw niet.

Wij schrijven daarom geen stappenplan voor huiskamerrestauraties, omdat de bronnen die wij raadpleegden er geen geven. Wat wij wel kunnen doen is aangeven waar de grens zit. Zodra een reparatie het schrift raakt, de structuur van de katern verandert of stug materiaal tegen dun papier zet, betreedt u het terrein van de restaurator.

Bladeren in een kwetsbaar boek is al een ingreep

Het Visboeck was voor de restauratie van 2002 zo kwetsbaar dat het bijna niet meer te bekijken was. Veel bladen waren aan de randen gescheurd, de boekband en de touwen waarmee het boek genaaid was, waren ernstig beschadigd, en de katernruggen waren gescheurd. Het aantal keren dat het boek tussen 1986 en 1998 werd tentoongesteld, vijf in totaal, heeft die kwetsbaarheid bepaald niet verminderd.

Voor een particulier exemplaar geldt hetzelfde beginsel in het klein. Elke keer dat u een beschadigd boek doorbladert, werkt u aan de slijtage mee. Soms is de verstandigste ingreep geen reparatie maar onthouding: het boek dicht laten en het lezen aan een steviger exemplaar overlaten. Hoe u zo’n exemplaar vindt en hoe u een beschrijving van de staat leest, staat bij het lezen van een boekbeschrijving.

Wat de KB doet voordat een boek het magazijn in mag

Schade is niet altijd zichtbaar vanbuiten. De Koninklijke Bibliotheek hanteert voor haar eigen collectie een quarantaineruimte: elk boek dat een eerdere eigenaar heeft gehad, gaat daar eerst naartoe. Daar onderzoekt een medewerker van de afdeling Collectiebehoud elk boek op schade. Bij vermoeden van schimmel volgt een test, en bij een positieve uitslag wordt de schimmel gedood met straling. Zitten er beestjes in, dan gaat het boek de vriezer in, want die kunnen niet tegen de kou. Is een boek van bijzonder materiaal gemaakt, perkament bijvoorbeeld, dan wordt de beste behandelwijze met een restaurator overlegd: niet alle materialen verdragen die kou.

Thuis hebt u geen straling en waarschijnlijk ook geen quarantaineruimte. Maar het beginsel kunt u wel overnemen: een boek dat ergens vandaan komt, verdient een inspectie voordat het tussen uw andere boeken verdwijnt. Met name vocht en ongedierte vragen om aandacht, onderwerpen die wij verder uitwerken bij het bewaren van boeken.

Waarom de KB zoveel meet

De maatregelen van de KB zijn geen toeval. In 2023 werden er zo’n 500 luchtkiemgetalmetingen gedaan, metingen van het aantal schimmelsporen in de lucht. Standaard zijn er jaarlijks twee meetmomenten op 150 plaatsen, dus 300 metingen; een lekkage in een magazijn leverde dat jaar 200 extra metingen op, 9 tot 15 keer per week, maanden achter elkaar. De luchtvochtigheid in de magazijnen wordt gemiddeld rond de 50 procent gehouden.

U meet thuis niets, en dat hoeft ook niet. Wel is het zinvol om te begrijpen dat schimmel vaak een vochtprobleem is. Een lekkage bij de KB leidde tot honderden extra controles. Een lekkage thuis, of een kast tegen een koude buitenmuur, verdient dezelfde argwaan, al zegt de geraadpleegde pagina niets over de vergelijkbare situatie in een woning.

Een nieuwe band is een besluit, geen klus

Toen de KB het Visboeck opnieuw liet binden, was dat een afgewogen keuze na overleg met collectiespecialisten. De oorspronkelijke boekband bood de bladen niet genoeg bescherming, en men wist dat het bovendien niet om de oorspronkelijke band ging. De bladen los of per katern bewaren was een alternatief, maar dat verwierp de KB: het Visboeck is een geheel, en dat moet zo blijven. De nieuwe band werd gemaakt van materialen die ook in de zestiende eeuw beschikbaar waren: eikenhout, touw van vlasvezel en leren sluitriemen, materialen die lang goed blijven, ook als het boek vaak open en dicht gaat.

Voor uw eigen boeken betekent dit dat opnieuw inbinden geen schoonheidsingreep is maar een besluit met gevolgen. De KB zegt op haar conserveringspagina’s daarover dat men zo min mogelijk restaureert, om het boek authentiek te houden, en dat een restauratie soms verandert hoe een boek eruitziet en in elkaar zit. Wie een waardevol exemplaar opnieuw wil laten binden, geeft daarmee iets op van wat er nu nog is.

Wat de restauratie boven tafel bracht

Een restauratie kan ook nieuwe kennis opleveren. Uit de behandeling van het Visboeck is gebleken dat Coenen de waterverftekeningen in het al gebonden boek maakte, terwijl het makkelijker was geweest om eerst de losse tekeningen te maken en die daarna te binden. En in hetzelfde handschrift bewijst een snee in een getekende zeemeermin hoe Coenen tekeningen kopieerde: hij drukte het papier met een stomp voorwerp in, drukte daarbij te hard, en die fout is bewust niet gerepareerd omdat ze iets laat zien over de werkwijze.

Dat is misschien de onverwachtste les voor de verzamelaar. Schade is niet altijd alleen maar verlies. Een slecht uitgevoerde reparatie kan een boek verder breken, zoals de stugge strook op de rugvouw van het Visboeck. Maar een oude, zorgvuldig uitgevoerde reparatie kan na eeuwen nog steeds meewerken, en zelfs een fout uit het verleden kan vertellen hoe een boek tot stand is gekomen. Voor het volledige verhaal van de restauratie, de gebruikte materialen en de ontdekkingen rond het handschrift verwijzen wij naar het blog van de Koninklijke Bibliotheek; wat er in uw eigen kast staat, beoordeelt u het best met dezelfde vraag die de restaurator zich stelde: maakt deze ingreep het boek sterker, of alleen dichter?

Over dit artikel

De bladzijde Kleine schade aan een boek: wat u zelf doet en wat niet is geschreven door de redactie van Steen en Boek en bijgewerkt op 6 september 2026. Wat hier staat komt uit de bron die in de tekst wordt genoemd.

Een fout gezien? Schrijf naar contact@steenenboek.nl.

Terug naar Staat en bewaren