Naar de inhoud
Steen en Boekover tweedehands boeken

Staat en bewaren

Boeken bewaren tegen vocht, licht en de papiervis

De redactie van Steen en Boek ·

Een boekenkast tegen een binnenmuur met een klein rond meetinstrument tussen de boeken, naast een raam met dichte gordijnen.

Een boekenkast tegen een binnenmuur met een klein rond meetinstrument tussen de boeken, naast een raam met dichte gordijnen.

Een boekenkast die verkeerd staat, valt langzaam uit elkaar. U leest hier welke rol vocht, licht, temperatuur en ongedierte spelen, welke maatregelen de Koninklijke Bibliotheek neemt tegen verval, en wat u van die aanpak kunt lenen voor uw eigen exemplaren.

Wie een tweedehands boek koopt, koopt altijd het tweede boek mee: het exemplaar zelf, met zijn druk, zijn rug en de kans dat hij over twintig jaar nog leesbaar is. Die kans ligt voor een groot deel in uw eigen handen. Op de pagina over de staat van een boek beoordelen leest u hoe u aankomende schade herkent; hier gaat het over de jaren erna.

Waarom een bibliotheek iets thuis kan leren

De KB, de nationale bibliotheek, bewaart miljoenen fysieke exemplaren en heeft een eigen afdeling die zich uitsluitend bezighoudt met de vraag hoe die collectie in de toekomst nog gebruikt kan worden. Zij noemt dat preventief conserveren: zorgen dat een boek geen schade oploopt door veilige opslag, klimaatbeleid, het schoonhouden van de magazijnen en het weghouden van ongedierte. Pas als een boek beschadigd is en verder kapot zou gaan bij gebruik, wordt er gerestaureerd. Die volgorde is de moeite waard. Voorkomen gaat vóór herstellen, omdat herstellen bij papier vaak niet mogelijk blijkt.

Hoeveel vocht is te veel vocht?

De KB geeft in haar eigen toelichtingen één concrete grens: de relatieve luchtvochtigheid in de magazijnen moet laag zijn, niet hoger dan 55 procent. De reden staat er meteen bij: een warm, iets vochtig klimaat is precies waar het ongedierte dat van papier leeft het beste gedijt. Thuis ligt de situatie anders dan in een klimaatgeregelde berging, maar de grens is een bruikbaar richtpunt voor de kamer waarin uw kast staat. Een vochtige badkamer, een wasruimte of een muur waar condens op zit, is een slechte plek voor boeken. De Koninklijke Bibliotheek publiceert geen aparte thuisrichtlijn met waarden per kamertype; wat er wél staat, is dat koud én droog de voortplanting van het ongedierte afremt.

Het diertje dat uw oudste boeken zoekt

In de KB gaat het vooral niet om het zilvervisje dat u in de keukenkast tegenkomt, maar om zijn familielid de papiervis. Samen met de ovenvis behoren ze tot de franjestaarten. De papiervis eet cellulose, papier, boekbinderslijm, kunstzijde, textiel, hout en zetmeel. Dat is vrijwel het hele boek. En zoals motten de duurste kasjmieren trui uit de kast kiezen, zo pakken papiervissen liever oude, kostbare boeken dan nieuwe drukken. Het diertje graast de bovenste laag van een pagina af en knabbelt aan de randen. Waar inkt en lijm zaten, vreet het hele delen weg en vallen er gaten. Ook het laagje kleurstof met lijm op de band wordt gesnoept.

Waarom schade van papiervisjes vaak blijvend is

Wie weleens een boek met een beschadigde rug heeft gezien, weet dat veel nog hersteld kan worden. Bij vraatschade ligt dat anders, schrijft de KB. Het restaureren is lastig en tijdrovend, en vaak onmogelijk: is het bovenste laagje van een pagina eenmaal weg, dan kan het niet meer aangevuld worden en is de tekst daar onleesbaar. Dat is de echte reden dat de nationale bibliotheek alle alarmbellen laat afgaan bij één aangetroffen visje. Wat u bij een aanwinst zelf nog kunt doen, staat beschreven in kleine schade: wat u zelf doet en wat niet, maar aan vraatschade valt weinig te herstellen.

Wat de KB bij aankomst controleert

De KB behandelt papiervisjes als een gegeven, niet als een incident. Alles wat binnenkomt, oud karton, verpakkingsmateriaal en alle oude boeken, wordt gecontroleerd op de diertjes. Soms schieten ze alle kanten op zodra een pakket wordt opengemaakt. Golfkarton wordt bij voorkeur vermeden, juist omdat de visjes er makkelijk schuilen en er hun eitjes leggen. Voor wie boeken verzendt of in dozen bewaart, zit daar een voor de hand liggende les: pakpapier en glad karton verdienen de voorkeur boven golfkarton. Over wat er precies bij zo'n binnenkomstcontrole gebeurt, publiceert de KB alleen dat er gecontroleerd wordt en dat leveringen in karton bij een uitbraak acuut worden gestopt.

Drie weken in de vriezer

Wordt er tóch een boek met papiervisjes aangetroffen, dan heeft de KB een vast protocol: het exemplaar wordt schoongezogen en drie weken in de vriezer gelegd om de visjes en hun eitjes te doden. Grotere collecties gaan voor het invriezen naar een extern bedrijf. Voor een enkel eigen boek is die drie weken vriezen een maat die u thuis letterlijk kunt kopiëren, al houdt de bron zich in over de temperatuur waarop dit precies moet. Daarnaast plaatst de KB vangvallentjes om te monitoren of er sprake is van een populatie. Er wordt bij opgemerkt dat er op elk gezien of gevangen diertje vermoedelijk zo'n honderd buiten zicht komen. Eén visje in de val is dus geen geruststelling maar een aanwijzing.

Koud, schoon en glad

In de magazijnen van de KB is alles op de bewaaromstandigheden gericht. De kasten zijn van metaal, en dat werkt: franjestaarten kunnen niet vliegen of klimmen, en van gladde kasten glijden ze af. De magazijnen worden bovendien goed schoongemaakt, want hoe schoner de omgeving, hoe onaangenamer voor het ongedierte. En hoe kouder, hoe minder voortplanting, wat volgens de KB één van de redenen is dat de magazijnen op een lage temperatuur worden gehouden. Thuis betekent dat: een kast die stofvrij blijft, een koele kamer in plaats van een verwarmde zolder, en geen boekenplank boven een radiator of tegen een vochtige buitenmuur.

Een magazijn zonder zuurstof

De KB onderzoekt of de collecties ondergebracht kunnen worden in een volledig geautomatiseerd nieuw magazijn, waarin robots de kratten met boeken vanuit hoge stellingen naar de sorteerbalie brengen. Het klimaat daar moet zo worden dat papiervisjes er niet kunnen overleven, met een lagere luchtvochtigheid en een lagere temperatuur dan nu. Voor de brandveiligheid krijgt het hele magazijn bovendien een laag zuurstofgehalte, en dat zuurstoftekort is precies waarmee de nationale bibliotheek verwacht de strijd tegen de franjestaart te winnen. Het gaat hier om een onderzoek en een plan, niet om een bestaand gebouw. Wat die voorzieningen zouden kosten of wanneer het er komt, zegt de pagina er niet bij.

Licht, gebruik en de dingen die u zelf beheerst

Over licht publiceert de KB in deze teksten weinig concreets: bij collectiebehoud hoort de vraag hoe boeken onder de juiste omstandigheden qua licht en klimaat worden bewaard, maar een voorschrift over lux of uren zonlicht staat er niet bij. Wél noemt de pagina als schadeoorzaken naast insecten ook stof en verkeerd gebruik van boeken, en dat zijn er twee die volledig binnen uw eigen bereik liggen. Een kast met deuren of een gordijn voor het raam, boeken die u met schone handen openslaat en niet als onderzetter gebruikt: het zijn geen garanties, maar het zijn wel de factoren die u zelf in de hand heeft. De rest is geduld, en een vriezer met een leeg vak.

Over dit artikel

De bladzijde Boeken bewaren tegen vocht, licht en de papiervis is geschreven door de redactie van Steen en Boek en bijgewerkt op 6 september 2026. Wat hier staat komt uit de bron die in de tekst wordt genoemd.

Een fout gezien? Schrijf naar contact@steenenboek.nl.

Terug naar Staat en bewaren